Een opdracht voor mijn studie heeft mij ertoe aangezet om het boek 'The Filter Bubble' van Eli Pariser te lezen en de consequenties van dit concept op een filosofische manier te benaderen. Ik ben zoals velen tamelijk geïnteresseerd in de wijze waarop mensen hun identiteit construeren, aan welke processen dit onderhevig is en wat hierin beïnvloedt kan worden.
Bij dit idee is 'The Filter Bubble' al gelijk een intrigerend concept. Het beschrijft hoe het internet steeds meer macht overneemt over ons zoekresultaten via personalisering en zo over welke informatie wij tot ons nemen via dit medium, dat inmiddels alomtegenwoordig is. De menselijke poortwachter tot informatie wordt vervangen door een computergestuurd algoritme dat is afgemeten op onze voorkeuren en wensen, personalisatie dus. En dit algoritme is zo sterk afgericht om ons te geven wat wij willen, dat wij een heleboel nuancering en differentiatie missen in de ontvangen informatie.
Het web geeft ons zo, wat het denk dat wij willen. Google, Facebook, Flickr, Yahoo, CNN, MSN.. ze controleren allen minstens 64 informatiestukjes van ons, die zij gebruiken om ons gebruik van hun website te optimaliseren. Welke computer je gebruikt, welk nieuws je leest, wat je "like"-t, soms zelfs de inhoud van je e-mails en IMs. Een zoekopdracht naar "Egypte" kan zo uiteenlopende resultaten opvragen voor verschillende Google gebruikers, ligt bij één de nadruk op de recente revolutie, bij de ander staan vakantiedeals bovenaan, en wordt de eerste pagina gevuld met economisch nieuws en foto's.
Of, zoals Facebook oprichter (en fervent filter gebruiker) Mark Zuckerberg zegt: “A squirrel dying in front of your house may be more relevant to your interests right now than people dying in Africa."
En ja, dat is schadelijk. Pariser haalt namelijk in zijn boek meer dan eens, wat hij noemt "The You Loop" aan. Hierin beschrijft hij hoe deze personalisatie filters ervoor zorgen dat jij in je eigen bubbel komt te zitten. Hier komt alleen naar binnen wat past bij jouw interesses en jouw surf- en zoekgeschiedenis. Het probleem dat hierin schuilgaat is dat je steeds minder gaat delen met mensen waarmee je deze interesses en kenmerken niet deelt. Zo verwordt je internetgedrag in een autopropaganda, die ons indoctrineert met onze eigen ideeën, die ons verlangen naar het bekende versterkt en ons blind maakt voor de verscholen gevaren van het onbekende.
Ik heb zo mijn bedenkingen bij de pessimistische blik die meneer Pariser in zijn boek schetst. Toch denk ik dat deze processen niet te ontkennen zijn en ze wel degelijk invloed hebben op welke beelden en teksten wij in de media tegenkomen, oftewel: welke gemedieerde belevenissen wij meemaken in ons leven.
Een belangrijke stroming in filosofie met betrekking tot identiteit gaat er namelijk van uit dat wij onze identiteit (de unieke relatie die ieder mens tot zichzelf heeft) opbouwen doormiddel van opvoeding, omgeving, vrienden etc. Maar, dat tevens een belangrijk onderdeel van onze identiteit het continue proces van toetsing en reflectie is. Reflexiviteit duidt hier op zelfbeschouwing, bespiegeling en het hebben van een zelfbeeld.
Thompson schrijft mede hierover in 1995 een invloedrijk boek getiteld 'Media and Modernity'. Volgens hem (bedenk dat hij het schrijft aan de vooravond van het internet, oftewel 'the information highway') zorgen media ervoor dat deze gemedieerde belevenissen steeds rijker worden. In plaats van dat wij alleen ons lokale milieu meemaken, de lokale taal en cultuur, kunnen wij nu uitreiken naar geheel andere landen en mensen. Deze diversiteit van beelden en kennis die dit meebrengt, stelt ons in staat om ons eigen leven aan deze beelden etc. te toetsen. Dus als een reclamespot van Oxfam Novib een reclamespot laat zien met hongerige Afrikaanse kinderen, dan heb jij het in jouw westerse omgeving goed, en ben je gezond. Maar ook andere manieren van spreken in andere delen van de wereld of in steden, zorgen ervoor dat jij op jouw eigen identiteit kunt reflecteren.
Pariser schrijft in 2011, wanneer in tussentijd de gehele dynamiek van het internet veranderd is door de grote spelers als Amazon en Google, waar hij in zijn boek zoveel kritiek op heeft. Maar zijn het dan alleen deze internetbedrijven die voor deze filter bubbel zorgen? Is het internet zonder hun tussenkomst een vrije kennisomgeving waar wij onze interesses ten volste kunnen ontplooien en wij andere perspectieven mee kunnen nemen in onze identiteit? Ik denk zelf van niet, daar is het internet simpelweg te groot voor geworden. En juist uit de „hulp‟ die deze internetbedrijven bieden om hiermee overweg te kunnen, ontstaan deze filter bubbels. Het lijkt dus een onontkoombaar gegeven dat hoe meer informatie aangeboden wordt door de verschillende media, deze uiteindelijk gefilterd dient te worden om door ons behapbaar te zijn. In eerste instantie verrijkt het ons leven, tot het punt dat wij oververzadigd raken met informatie en meningen.

Met dit alles in het achterhoofd lijken opeens die trailer van Google+ of die advertenties naast je Facebook profiel een stuk angstaanjagender. Want wat nou als je niet meer uit die bubbel kunt breken, en je gedoemd bent tot het slechts van gedachten en verhalen delen met degenen die sowieso al dezelfde voorkeuren als jou hebben? Dat begint ernstig op een eilandjes cultuur te lijken. En zo graag als we dat in de politiek tegen willen gaan, zo zouden we dat ook in ons privé leven tegen moeten willen gaan. Want andere inzichten en ideeën zijn belangrijk, voor wie je bent, en wat jouw omgeving is. Het bepaald de bril waardoor jij naar de wereld kijkt, laat deze niet van je afnemen.
Bronnen:
· Pariser, E. (2011). The Filter Bubble. London: Penguin Books.
· Thompson, J. B. (1995). The Media ans Modernity: A Social Theory of the Media. Stanford: Stanford UP.